De invalkracht staat maandag klaar. Maar is de keten dat ook?

Een arbeidskracht valt uit. De leverancier regelt vervanging. De planning is weer rond. Maar wie heeft gecontroleerd of de nieuwe plaatsing verantwoord is? Met de komst van de WTTA wordt deze alledaagse vraag steeds belangrijker. Niet alleen voor de uitlener, maar voor iedere organisatie in de uitleenketen.

Vrijdagmiddag, half vijf

De telefoon gaat.

Een productiebedrijf heeft voor maandagochtend vier extra arbeidskrachten nodig. De vaste leverancier kan er drie leveren. Voor de vierde schakelt hij een ander uitzendbureau in.

Geen probleem, zo lijkt het.

De namen worden doorgestuurd, de planning wordt aangepast en de productieleider kan zijn weekend beginnen.

Maar er is iets veranderd.

De vierde arbeidskracht komt niet van de vertrouwde leverancier. Hij is in dienst bij een andere onderneming, die via de vaste leverancier wordt ingeschakeld.

Wie heeft dat gecontroleerd?

En belangrijker: wie heeft beoordeeld of deze gewijzigde keten gevolgen heeft voor de plaatsing?

Dit lijkt een administratief detail. In werkelijkheid raakt het aan een van de belangrijkste uitgangspunten van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA): verantwoordelijkheid houdt niet op bij de onderneming waarmee u rechtstreeks zaken doet.

Een plaatsing is meer dan een naam op de planning

Veel organisaties hebben hun inhuurproces goed georganiseerd.

Er zijn raamovereenkomsten, goedgekeurde leveranciers en afspraken over tarieven en arbeidsvoorwaarden.

Maar die afspraken vertellen niet altijd wie de arbeidskracht daadwerkelijk ter beschikking stelt.

Dat wordt vooral zichtbaar wanneer arbeidskrachten worden doorgeleend.

Stel dat uitzendbureau A een werknemer in dienst heeft. Bureau B leent deze werknemer door aan productiebedrijf C.

Bureau B is de directe leverancier. Maar bureau A is de formele werkgever.

Vanaf de invoering van de WTTA-toelatingsplicht moeten bij daadwerkelijk doorlenen beide uitleners aan de toepasselijke toelatingseisen voldoen.

De uiteindelijke inlener heeft bovendien een eigen verantwoordelijkheid om vast te stellen bij welke uitlener de arbeidskracht daadwerkelijk in dienst is.

Dat volgt uit de officiële uitleg van de NAU over doorlenen. Toelating Uitleenmarkt

De vraag is dus niet alleen of de vertrouwde leverancier zijn zaken op orde heeft.

De vraag is of de volledige relevante keten in beeld is.

Drie partijen, verschillende verantwoordelijkheden

De WTTA raakt verschillende partijen, maar niet allemaal op dezelfde manier.

De uitlener: weet wie u ter beschikking stelt

De uitlener moet weten welke werknemers aan welke opdrachtgevers worden uitgeleend.

Daarbij horen een betrouwbare administratie, correcte arbeidsvoorwaarden en inzicht in de daadwerkelijk gewerkte uren.

Ook moet de uitlener kunnen onderbouwen dat hij voldoet aan de arbeids- en belastingregels die voor zijn activiteiten gelden.

Bij de voorbereiding op WTTA-toelating speelt deze informatie een belangrijke rol. De NAU benadrukt onder meer het belang van een administratie waarin werknemers, inleners, gewerkte uren en loonbetalingen met elkaar in verband kunnen worden gebracht. Toelating Uitleenmarkt

De intermediair: ken uw plaats in de keten

Een intermediair kan uitsluitend bemiddelen, maar kan ook zelf arbeidskrachten ter beschikking stellen of doorlenen.

Dat onderscheid is belangrijk.

Niet de benaming van de onderneming, maar de feitelijke werkzaamheden bepalen welke verplichtingen van toepassing zijn.

Een intermediair die daadwerkelijk doorleent, kan zich vanaf de toelatingsplicht niet uitsluitend beroepen op de toelating van de oorspronkelijke werkgever.

Ook zijn eigen positie in de keten moet voldoen aan de toepasselijke regels.

De inlener: controleer voordat de inzet begint

De inlener heeft eveneens een eigen verantwoordelijkheid.

Vanaf 1 januari 2028 mag hij bij toelatingsplichtige uitleners alleen nog arbeidskrachten inlenen wanneer sprake is van een geldige toelating, ontheffing of toepasselijke overgangsregeling.

Bij doorlenen moet hij ook rekening houden met de formele werkgever achter zijn directe leverancier.

De NAU adviseert onder meer om vóór de start van werkzaamheden vast te leggen welke werknemer via welke uitlener wordt ingezet en bewijs van de relevante controles te bewaren. Toelating Uitleenmarkt

Wat geldt vandaag en wat verandert er?

Op 8 november 2026 geldt de nieuwe WTTA-toelatingsplicht nog niet.

De bestaande verplichtingen uit de Waadi blijven van toepassing. Daaronder vallen de registratieplicht voor uitleners en de controle door inleners via de Waadi-check van de Kamer van Koophandel. KVK

De WTTA treedt op 1 januari 2027 in werking.

Voor bestaande uitleners die gebruik willen maken van de reguliere overgangsregeling loopt de aanmeldperiode van 1 november tot en met 31 december 2026.

Vervolgens moet tussen 1 mei en 30 juni 2027 een toelatings- of ontheffingsaanvraag worden ingediend. Voor ondernemingen met een kwalificerend SNA-keurmerk gelden bijzondere bepalingen.

Vanaf 1 juli 2027 wordt het openbare NAU-register beschikbaar verwacht. Daarin kunnen inleners controleren of een uitlener is toegelaten, een ontheffing heeft of onder de overgangsregeling valt.

Op 1 januari 2028 begint de Nederlandse Arbeidsinspectie met de handhaving van de toelatingsplicht. Vanaf die datum vervalt ook de huidige Waadi-check bij KVK. Toelating Uitleenmarkt

Voor organisaties is dit een belangrijk overgangsmoment.

Het huidige controlesysteem wordt vervangen door een nieuw stelsel. Maar de noodzaak om te weten met wie u zaken doet, bestaat vandaag al.

Een controle is een momentopname

Stel dat productiebedrijf C straks alle betrokken uitleners in het NAU-register heeft gecontroleerd.

De plaatsing wordt goedgekeurd.

Daarmee lijkt alles geregeld.

Maar wat gebeurt er als drie weken later de toelatingsstatus van een van de uitleners verandert?

Het openbare register zal actuele informatie bieden. Organisaties kunnen zich bovendien aanmelden voor meldingen over wijzigingen in de toelatingsstatus.

De verantwoordelijkheid om de status te blijven volgen, ligt echter bij de inlener. Toelating Uitleenmarkt

Daarom is een eenmalige controle niet voldoende als beheersingsproces.

Een organisatie moet weten wanneer opnieuw gecontroleerd moet worden, wie verantwoordelijk is voor de opvolging en welke bestaande of geplande plaatsingen door een wijziging worden geraakt.

Wanneer een toelating wordt ingetrokken

Een concreet voorbeeld laat zien waarom dit belangrijk is.

Stel dat in 2028 de NAU bekendmaakt dat de toelating van een uitlener wordt ingetrokken.

De intrekking gaat niet noodzakelijk onmiddellijk in. De ingangsdatum ligt uiterlijk vier weken na bekendmaking van het besluit.

In de tussenliggende periode mogen bestaande ingeleende arbeidskrachten onder de aangegeven voorwaarden tijdelijk blijven werken. Nieuwe arbeidskrachten mogen vanaf de bekendmaking niet meer via die uitlener worden ingeleend.

Vanaf de ingangsdatum van de intrekking moet de inleenrelatie worden beëindigd. Toelating Uitleenmarkt

Dat betekent dat één wijziging verschillende gevolgen kan hebben voor bestaande en geplande plaatsingen.

Een organisatie die alleen leveranciers registreert, mist mogelijk dat onderscheid.

Een organisatie die ook haar plaatsingen beheerst, kan gericht vaststellen waar actie nodig is.

Dat is essentieel voor de bedrijfscontinuïteit.

Van controleren naar verantwoord beslissen

Hoe ziet aantoonbare beheersing er praktisch uit?

Bij iedere plaatsing worden de relevante feiten vastgelegd: wie wordt ingezet, via welke ondernemingen, onder welke afspraken en gedurende welke periode?

Vervolgens wordt gecontroleerd welke verplichtingen van toepassing zijn en welke informatie beschikbaar is.

De bevindingen worden beoordeeld.

Ontbreekt informatie, dan wordt dat zichtbaar gemaakt.

Daarna neemt een bevoegde medewerker een besluit: doorgaan, aanvullende informatie opvragen, uitstellen of de plaatsing niet laten doorgaan.

Het besluit en de motivering worden geregistreerd.

Een dergelijke werkwijze is geen afzonderlijk, voorgeschreven WTTA-dossierformat. Het is een praktische manier om bestaande en toekomstige verantwoordelijkheden aantoonbaar te beheersen.

Spitimas WTTA: de reis begeleiden, niet het besluit overnemen

Spitimas WTTA ondersteunt deze werkwijze door ketenrelaties, plaatsingsgegevens, beoordelingen, adviezen en menselijke besluiten met elkaar in verband te brengen.

Zo wordt inzichtelijk welke feiten aan een beoordeling ten grondslag liggen en welke beslissing vervolgens is genomen.

Het uitgangspunt blijft:

Spitimas beoordeelt, adviseert en registreert. De mens beslist.

De verantwoordelijkheid verdwijnt daarmee niet uit de organisatie. Zij wordt juist zichtbaar.

De belangrijkste vraag komt vóór maandagochtend

Terug naar de vrijdagmiddag.

De vierde arbeidskracht kan misschien gewoon worden ingezet.

Maar die conclusie moet voortkomen uit een beoordeling van de relevante feiten, niet uitsluitend uit de mededeling dat de leverancier het heeft geregeld.

Aantoonbaar voldoen begint bij weten welke regels gelden.

Aantoonbaar in control zijn betekent dat een organisatie ook kan laten zien hoe zij die regels in de dagelijkse praktijk toepast.

Niet alleen kunnen aantonen dát iemand is geplaatst, maar ook waarom die plaatsing verantwoord werd gevonden.

En dat is een belangrijk verschil.